De Indonesische archipel ligt aan het einde van de zogenaamde Mediterrane gordel. Een lange smalle gordel waarlangs de belangrijkste epicentra, centra van seismische trillingen aan de oppervlakte van de aarde, zich uitstrekken.
De Mediterrane gordel loopt van de Azoren langs de Middellandse zee, de Balkan, Turkije, het noordelijk deel van het Midden Oosten, Iran, de Himalaja, Burma, naar Sumatra, Java en de Molukken.
De Platentektoniek of Schollentektoniek is de theorie die o.m. een verklaring geeft voor de geologische structuren in de aardkorst. Volgens die theorie is de lithosfeer, de buitenste laag in de aarde, verdeeld in tectonische platen of “schollen” die onafhankelijk van elkaar over het aardoppervlak bewegen. Veel aardbevingen hangen samen met de langzame interne bewegingen van de aardkorst, specifiek langs de breuklijn van twee platen.
Deze tektonische aardbevingen (verband houdend met de tektonische werking van de aarde) traden in Nederlands-Indië heel vaak op en waren dikwijls vernielend.
Sedert 1850 werden aardbevingen opgetekend en vanaf 1898 door het Magnetisch en Meteorologisch Observatorium te Batavia geregistreerd en gepubliceerd.
Vanaf 1900 hebben zware aardbevingen met grote vernielingen en aardbevingshaarden op land o.m. plaatsgevonden in:
Kerintji (Su) 1909, Benkoelen (Su) 1914, Banjoemas (Ja)1916, Bali 1917, Maos (Su) 1923, Wonosobo (Ja) 1924, Padang-Pandjang (Su) 1926, Manado (Ce) 1931, Ranaustreek bij Palembang, Benkoelen (Su) 1933, e.a.
Laatste reacties